Er bestaat een enorm aanbod aan westernhoofdstellen, gaande van een eenvoudig one-ear tot een met zilver of rawhide afgewerkt showhoofdstel. Voor dagdagelijks gebruik is een one-ear hoofdstel, vervaardigd uit goed kwaliteitsleder, ideaal. Voor het bevestigen van teugels en bitten worden metalen ggespen vervangen door de zgn straps (lederen veters). Die zijn gemakkelijk en goedkoop te vervangen en blijken ook wat steviger.
Wat de bitten betreft onderscheiden we drie soorten, nl. snaffles (trensbitten), shanks (schaarbitten) en tot slot de bitloze optoming (bosal en sidepull). Jonge westernpaarden worden steeds gestart op een eenvoudige snaffle, of bitloos. Hierbij wordt met twee handen gereden. Eenmaal het paard alle manoeuvres onder de knie heeft kan er worden overgeschakeld op een eenvoudige shank, met eenhandige teugelvoering.
Het is dus niet de bedoeling om te verzwaren van bit omdat het paard harder wordt in de mond - op die manier eindig je in een vicieuze circel waarbij je als ruiter toch altijd de verliezer bent. De bedoeling is om het paard zodanig af te richten dat je kan gaan rijden zonder of met minieme druk in de mond, waarbij de teugels los hangen (slack) en het paard reageert op de geringste druk. Zelfs een kleine druk van de teugel tegen de hals is voldoende om het paard te laten draaien (neckreining).
Over het algemeen wordt er bij het westernrijden gebruik gemaakt van de zgn. split reins, twee niet aan elkaar verbonden teugels, hoewel romal reins in mindere mate ook wel worden gebruikt. Degelijke split reins zijn behoorlijk lang en hebben aan de uiteinden een verdikking waardoor ze goed naar beneden hangen. Teugels die te licht zijn kunnen onmogelijk doorhangen (slack) en liggen ook niet goed in de hand. In het begin is het voor de meesten wel even wennen om de juiste teugellengte te vinden en vooral te houden, maar oefening baart kunst natuurlijk....
Zie ook : de paarden, de ruiters, tack, disciplines